Boek beschrijvingen

Het verhaal van Christien

jun 30, 2016 | boek | 0 Reacties

Het verhaal van Christien

Heb last van nachtmerries. In de plaats van de kleverige slierten die ik uit mijn mond moet trekken, in mijn meerdere nachtmerries, zijn het nu brokken waar mijn mond vol mee zit en die eruit willen. Mijn moeder maant me mijn mond gesloten te houden en de brokstukken voor iedereen verborgen te houden. Moet ze weer doorslikken van haar, maar ik wil dat niet. Durf mijn mond niet open te doen, omdat de stukken er dan zo uitvallen. Ik loop weg van mijn moeder. Ze probeert me tegen te houden, maar dát lukt haar niet meer.

Nou, daar stond ik dan. Bijna zevenenveertig jaar oud en balancerend op het randje van de afgrond van mijn onpeilbaar diepe, zwarte gat. Heb heel mijn leven geweten dat dit zwarte gat er was, maar kon telkens het moment voor me uit schuiven om mezelf ermee te confronteren.

Deed het af met gedachten als: “nou ja, ik was het maar”, of met “zo erg was het toch niet”.

Ik was bang ook, om in de buurt van dat gat te komen. Mijn geheim lag daar beneden en er zat een slot vol panische angst omheen. Angst om wat er zou gebeuren, als ik er ooit over zou gaan praten. Deze angst zat verschrikkelijk diep geworteld in mij. Vanaf het moment dat ik wilde gaan praten over mijn geheim, heb ik maandenlang in angst gezeten als er een auto op het plein voor ons huis stopte. Ik dacht dan dat hij me kwam halen, om me toe te laten kijken hoe hij de een na de ander de kop af zou hakken, wetende dat dit mijn schuld was dat hij dat deed. Ik zou als laatste aan de beurt zijn, precies zoals hij mij dat altijd had gezegd. Pure paniek voelde ik, wanneer ik mijn zussen wilde bellen, en de een na de ander pakte de telefoon niet op. Dan dacht ik, “nu is het begonnen!”. Maar er was geen mogelijkheid meer om buiten het zwarte gat te blijven. Ik raakte mijn evenwicht kwijt en viel en viel… Alsof er nooit een einde meer aan mijn vallen zou komen. Dag en nacht had ik last van herbelevingen, beelden, herinneringen, dag- en nachtmerries. Kon niet verwoorden wat er in mijn hoofd rondspookte. Het was te gruwelijk en zo niet te bevatten allemaal. Wenste dat ik gek was. Alles was beter dan te moeten aanvaarden, dat hetgeen zich in mijn hoofd afspeelde waar was.

Heb me enorm tegen dat aanvaarden verzet. Wilde het niet, het was te erg. Als ik dan al niet gek was door zulke beelden in mijn hoofd te hebben, zou ik vanzelf wel gek worden van zulke beelden in mijn hoofd.

Het beseffen van de waarheid is bijna ondraaglijk. Het is veel zwaarder nu in mijn volwassenheid het gebeuren te aanvaarden, dan dat het als kind voor mij was. Als kind overkwam het mij, maar besefte ik niet wat mij overkwam. Alleen dat het niet leuk was. Als volwassene herbeleefde ik alles en besef ik precies wat me is overkomen, en ook dat dit niet normaal is zoals ik vroeger dacht, gewoon omdat ik nooit anders geleerd had. Ben in de periode van bewustwording gaan tekenen. Daardoor kon ik de dingen onder ogen zien en een plekje gaan geven om er uiteindelijk ook over te durven praten.

Eerst was er de incest van mijn vader. Zolang als ik mij kan herinneren en wat ik mij ook altijd herinnerd heb. Dan de “vrienden”, die mij mochten gebruiken en het “hoofdprijs” zijn op kaartavonden. Dat zat wat dieper weggestopt in mijn zwarte gat. En dan uiteindelijk nog veel dieper, “iets” wat ze uit mij haalden, het moeilijkste stuk voor mij om te aanvaarden. Dat “iets” kon ik absoluut niet plaatsen als bijna twaalfjarige. Dat “iets” leek op een kindje, maar dat kon niet, want ik was niet getrouwd. Bovendien zat er een staartje aan en maakte het geluid. Heel eventjes maar en het klonk als een poesje, maar dan toch net even iets anders. Ik moest wel gek zijn om zulke dingen te zien en te horen. Dat kon helemaal niet volgens mijn toen bijna twaalfjarige hoofd. Het was te raar. Nu als volwassene besef ik maar al te goed wat er gebeurd is. Je hoeft niet getrouwd te zijn om een kind te kunnen krijgen en de pil bestond toen nog niet.

Durfde over dit stuk met niemand te praten. Pas na maanden, toen ik er echt van overtuigd was dat mijn hulpverleenster mij niet gek vond, heb ik het durven benoemen. Vond het heel genant om te vertellen. Om het gebeurde zelf, maar ook omdat ik dacht dat ik de enige ben die zo dom was om pas op zeven-veertigjarige leeftijd te beseffen dat ik als bijna twaalfjarige een kind heb gebaard. Een kind van mijn vader of van een van zijn “vrienden”.

Voetstapjes in de sneeuw
Er wordt sneeuw verwacht voor morgen. Hoop toch zo op een flink pak.
Wil de sneeuw horen knisperen onder mijn voeten. Wil het kraken voelen.
Vind dat zo heerlijk! Het is samen lopen door afgevallen dorre bladeren in de herfst het enige geluid dat ik mezelf als kind toestond te maken.
Geluid waardoor ik mij kon laten horen, zonder gestraft te worden daarvoor.
Denk ook, dat het voor mij de weinige momenten waren, waarop ik mij kind kon voelen.
Het verwonderde mij altijd, dat ook ik voetstapjes in de sneeuw kon maken.
Ik, een niets, met eigen voetstapjes. Net als mensen.
Voetstapjes die bij mij bleven, me achtervolgden. Het maakte niets uit of ik vooruit of achteruit ging, of links of rechts. Ze gingen met me mee, ze waren van mij!
Kijk nog steeds telkens wanneer ik een keer door de sneeuw loop, even om om te zien of er voetstapjes zijn.
Hoop echt op een flink pak sneeuw morgen. Het lijkt me zo heerlijk om weer even dat verwonderde kind te kunnen voelen in mezelf.
Dat heel kleine beetje kind, dat even geen ding is, maar een mens.

Ik ben nu 57 jaar en ben sinds een aantal jaren oma. Mijn kleindochter logeert regelmatig bij me. Voel me aan de ene kant gelukkig als ze bij me is. Als ze op mijn schoot kruipt en met haar oma knuffelt, of me op haar manier hele verhalen vertelt. Aan de andere kant doet ze me beseffen wat mij als kind is onthouden.
Het meeste pijn doet het besef, dat er voor mij nooit één persoon is geweest, in wie ik vertrouwen had.
Als ik dar pure vertrouwen zie bij die kleine meid, besef ik pas goed wat ik heb gemist, en hoe fijn het moet zijn om te durven vertrouwen.
Al was het maar één persoon. Ik leerde mensen niet te vertrouwen. Mensen deden mij pijn. Vanbinnen en vanbuiten.
Ze wezen me af, negeerden me. Ze logen en deden nare dingen met me.
Ik mocht geen kind zijn! Niet van mijn vader, niet van mijn moeder. Van niemand niet.
Ik werd geacht “groot” te zijn en goed voor mijn moeder en broertjes en zusjes te zorgen.
Er was alleen nooit iemand die voor mij wilde zorgen en er was nooit iemand bij wie ik mij veilig voelde.
Denk dat dat de oorzaak is, waarom ik zo moeilijk kan en durf te vertrouwen. Dat dat de reden is waarom ik altijd bang ben om te worden weggestuurd of afgewezen.
Nóg een andere kant van het logeren van mijn kleindochter is, dat ik me een beetje trots kan en mag voelen. Trots op mezelf, omdat mijn kleine meisje mij wel vertrouwt. Omdat ze het fijn vindt om te komen logeren. Omdat ze geen angst voor me heeft, en nu al weet, dat haar oma haar nooit zal afwijzen. Dat ze zich zo veilig voelt en op haar gemak, dat ze bij haar oma op schoot in slaap wil vallen. En ook, omdat zij net zo gek is op haar oma als haar oma op haar. Twee handen op een buik, dat zijn wij, mijn kleindochter en ik. Daar is geen speld tussen te krijgen. Daar groeien kinderen van, en oma’s ook!

Heb vanavond op mijn kleindochter gepast. Die kleine heeft heel de tijd met me gepraat. Als ik opperde of ze niet liever even wilde spelen, zei ze: “Nee oma, ik wil graag met je praten.”
Ik dacht bij mezelf: “toe maar kleintje, je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Praat jij maar met je oma. Die moet dat nog leren.” En ze praatte en praatte. Ernstige dingen, leuke dingen, belevenissen, grapjes en onzindingen.
Wat heb ik veel gemist! Wat kan ik nog veel leren! Wat leert ze me veel, die lieve kleine meid van me!
Zij heeft een naam en achternaam weet ze. Ik niet volgens haar. Jij bent gewoon oma, hoor oma!
Voor haar ben ik gewoon haar oma. Gewoon goed zoals ik ben.
Ze leert me zo veel, mijn kleine wijsneusje!