Belangrijke links

Herstel

Uit de gevangenschap van een opgedrongen gevoelswereld stappen.

Pas op! Sommige delen kunnen als trigger werken.

Begin 2002 samengesteld voor //www.seksueelgeweld.nl door FrankDE en anderen.

Inhoudsopgave:
1. Inleiding
2. Algemene fasen bij trauma verwerking
2.1 Scheppen van veiligheid
2.2 Verstandelijke verwerking
2.3 Emotionele verwerking
2.3.1 Het begin van de emotionele verwerking
2.3.2 De emotionele verwerking zelf
2.3.3 Het einde van de emotionele verwerking
2.4 De opbouw van een nieuw leven
1. Inleiding
Zo veel als geschreven wordt over de gevolgen van seksueel misbruik, zo weinig is er voor een slachtoffer te vinden op het gebied van herstel. Binnen het vakgebied van de psychologie komt men niet verder dan het aanreiken van een aantal hulpmiddelen, die algemeen geldend zijn voor alle vormen van rouw- en trauma verwerking. Op zich niet verwonderlijk, omdat het herstellen van seksueel geweld een zeer persoonlijke zaak is. Ieder slachtoffer heeft immers een eigen, uniek verhaal en een eigen unieke manier om met de opgedrongen ervaring om te gaan. Afgezien daarvan hebben veel slachtoffers die aan het begin van hun verwerkingsperiode staan, een verkeerd beeld van het herstel’. Vaak leeft bij hen de wens ervan af te komen’. Het seksueel misbruik op de een of andere manier ongedaan’ te maken.

Aldus rijst de vraag “Wat is herstel?” Een optimale situatie zou zijn: “Leren zó om te gaan met de ervaring dat deze het dagelijks leven van het slachtoffer niet meer negatief beïnvloedt”. In de meeste gevallen is er echter al veel gewonnen indien de draad van het dagelijkse leven weer opgepakt kan worden, zonder dat hierbij negatieve overlevingsmechanismen, zoals bijvoorbeeld afzondering de overhand hebben. Het leren controleren en beheersen van de overlevingsmechanismen speelt hierbij een belangrijke rol.

Om dit te bereiken zal iedere therapeut het woord “acceptatie” in de mond nemen. Maar dit begrip kent veel dimensies voor een slachtoffer. Zeker wanneer het seksueel misbruik op jonge leeftijd plaats heeft gevonden. Acceptatie blijkt bij nader inzien veel meer te betekenen dan alleen maar accepteren dat het seksueel geweld plaats heeft gevonden. Accepteren betekent voor een slachtoffer óók leren omgaan met gevoelens van schuld, verantwoordelijkheid, schaamte, verdriet, angst en woede. Voor jonge slachtoffers komt daar nog eens bij: het ontwikkelen van een eigen wil, leren voor zichzelf opkomen, het leren beheersen van grenzen en het herstellen van het beschadigde zelfbeeld om zo alsnog qua eigen beleving uit te groeien tot een volwaardig individu. Een moeilijk proces omdat de oude (kinderlijke) overlevingstechnieken sterk ingeworteld kunnen zijn. Aldus wordt door het slachtoffer constant toneel’ gespeeld naar andere mensen toe. Steeds op zoek naar manieren om antwoord te kunnen geven op het chronische gevoel van onveiligheid en de angst voor nieuwe onmachtssituaties. Steeds proberende een voorhanden situatie in te schatten.

Naar mate een slachtoffer ouder wordt, kan er een bewustwordingsproces in gang komen. Tijdens de pubertijd, wanneer de eigen seksualiteit begint te ontwikkelen, ontstaat vaak de eerste verwarring en pijn ten aanzien van de opgedrongen seksuele handelingen op jongere leeftijd. Tegen de tijd dat de maatschappij het slachtoffer als volwassen beschouwd, dienen zich nieuwe problemen aan. Het verstandelijke besef van eenzaamheid en isolement begint te groeien. Terwijl tegelijkertijd het opbouwen van een intieme relatie moeilijk zo niet onmogelijk blijkt te zijn. Vaak gaat dit bewustwordingsproces gepaard met prangende vragen. Seksueel misbruik veroorzaakt veel verwarring. Schuld, schaamte, woede, angst, verantwoordelijkheidsgevoel, eigenwaarde, zelfvertrouwen, intimiteit en seksualiteit zijn een paar steekwoorden die hier van toepassing zijn. Dit complex van vaak tegenstrijdige emoties kan er toe leiden dat een slachtoffer een leven gaat leiden waarbij hij/zij in stilte lijdt of zelfs psychische en/of lichamelijke klachten krijgt. Enerzijds gevangen in de horror van de opgedrongen ervaringen en anderzijds bang voor de mening van anderen op het moment dat er openheid wordt gegeven. Gevangenschap in een opgedrongen gevoelswereld, die zich in vele facetten van het leven van een slachtoffer tot uitdrukking komt. Soms heel duidelijk, zoals bijvoorbeeld het vermijden van bepaalde plaatsen. Maar meestal heel subtiel en voor buitenstaanders niet waarneembaar.

Een andere omschrijving van Herstel na seksueel misbruik’ zou dan ook kunnen zijn: Uit de gevangenschap van een opgedrongen gevoelswereld stappen’. In dit schrijven wordt geprobeerd in stappen een beeld te geven van hoe dit mogelijk bereikt kan worden.

2. Algemene fasen bij trauma verwerking
Het starten van het verwerkingsproces heeft meestal een reden. Bijvoorbeeld omdat het leven van een slachtoffer in een rustigere fase is komen te verkeren. Een fase waarin het slachtoffer zich bewuster wordt van hetgeen zich in het verleden heeft afgespeeld. Of juist omdat een gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld het verlies van een naaste, emotionele stress veroorzaakt. Stress of een onmachtssituatie die het slachtoffer doet denken aan de periode van het misbruik.

Het verwerken van een misbruikervaring heeft veel weg van een rouwproces. Elk rouwproces wordt gekenmerkt door “afscheid moeten nemen” en “verlies accepteren”. Dit afscheid nemen kent vele facetten. Het slachtoffer dient vaak afscheid te nemen van de jeugd die hij/zijn nooit heeft gehad. Want vaak worden slachtoffers door het misbruik in een positie geplaatst waarin zij hun eigen kind zijn niet kunnen beleven. Hetzij door de rol waarin de dader het slachtoffer manoeuvreert, hetzij dat het leven van het slachtoffer reeds op jonge leeftijd beheerst werd door angst en verwarring. Afscheid nemen alle pijnlijke gevolgen die het misbruikt veroorzaakt heeft. Maar zeer zeker ook het afscheid nemen van de dader. De dader heeft immers een bepalende rol gespeeld in het leven van het slachtoffer. Uit de gevangenschap van een opgedrongen gevoelswereld stappen’ betekent in deze:

1) Zich los beginnen te maken van de onderdrukking of te wel het scheppen van veiligheid;
2) Verstandelijk verwerken van wat er gebeurt is. Met name voor jonge slachtoffers is dit van belang. Zij hebben immers het gebeuren aanschouwd door de ogen van een kind, dat niet of nauwelijks in staat is op rationele basis de situatie onder ogen te zien. Op een volwassen manier kijken naar wat vroeger gebeurt is’;
3) Emotioneel verwerken of te wel: het doorlopen van het rouwproces. Alle gevoelens die een mens kan beleven komen hierbij aan de orde;
4) Het terug winnen van de eigen zelfbeschikking.

Het is echter een misverstand te denken, dat het doorlopen van deze fasen leidt tot een leven waarbij het seksueel misbruik geen enkele rol speelt. Men kan het vergelijken met het verlies van een dierbare. Ook al wordt afscheid genomen en wordt het rouwproces doorlopen: de dierbare zal nooit meer terug keren waardoor het leven van de achterblijvers altijd anders zal zijn. En net zoals er voor achterblijvers altijd momenten of levensfasen zullen komen waarin de dierbare meer gemist wordt dan anders, zo zal het voor een slachtoffer het verleden met periodes in meer of mindere mate een rol spelen.

Het doorlopen van de bovenstaande fases biedt echter een groot voordeel: het geeft het slachtoffer de mogelijkheid het gebeurde een plaats te geven. Uit de gevangenschap van een opgedrongen gevoelswereld stappen’ wordt synoniem voor zich los maken van het verleden’, zodat er weer ruimte ontstaat. Ruimte waarin het slachtoffer de zelfbeschikking terug wint waardoor hij/zij zich weer op het heden en de toekomst kan richten. Afhankelijk van aard en omstandigheden van het seksueel misbruik, kan dit verwerkingsproces lang duren. Tevens is het zo dat er, net als bij elk ander rouwproces, geen duidelijke fasen zijn te onderscheiden. Bepaalde facetten voeren de boventoon, waardoor de (h)erkenning tussen lotgenoten groot is, maar ieder mens verwerkt op zijn/haar eigen manier. Ook dient het slachtoffer zich te realiseren, dat de emotionele belevingswereld een op en neer gaande beweging maakt. Een terugval in de vorm van (soms felle) angsten, grote onzekerheid, grote woede of intens verdriet wil niet zeggen dat het verwerkingsproces gefaald heeft. In tegendeel zelfs: het is een natuurlijke mechaniek in de menselijke belevingswereld. Op den duur zal een slachtoffer zelf ontdekken dat deze zware tijden steeds korter van duur zijn. Dit zijn de vruchten van het eigen leerproces. Men leert steeds beter met de emotionele erfenis’ om te gaan. Uiteindelijk is het slachtoffer in staat de draad van zijn of haar leven weer op te pakken, omdat het misbruik een plaats heeft gekregen. Net zo goed als een foto van de overleden dierbare op de schouw een symbool is, voor de plaats die het verlies gekregen heeft. Het leven gaat door, ondanks het wegvallen van de dierbare. Zo gaat ook het leven door, als men seksueel misbruikt is. Hoe dit mogelijk bereikt kan worden, wordt in de volgende vier hoofdstukken aan de orde gebracht. Vervolgens zullen aan een aantal specifieke items aandacht besteed worden.

2.1 Scheppen van veiligheid
De weg van herstel begint op de eerste plaats met het scheppen van een veilige situatie. Zolang als het seksueel misbruik plaats vindt is het onmogelijk om te herstellen. Net zo goed als het onmogelijk is te herstellen indien het seksueel geweld niet meer plaats vindt, maar er wel een (stille) dwang aanwezig is om over het misbruik te blijven zwijgen. De onderdrukking blijft dan voortbestaan waardoor het slachtoffer gevangen blijft in de macht van de dader, ook al is deze macht voor de buitenwacht (schijnbaar) niet zichtbaar.

Het scheppen van veiligheid is om veel redenen belangrijk. Het geeft de ruimte om dingen op een rijtje te zetten. Ruimte die een slachtoffer nodig heeft om te leren voor zichzelf te kiezen en op te (leren) komen voor zichzelf. Het is zeer raadzaam om daarbij de hulp in te roepen van een iemand die door het slachtoffer wordt vertrouwd. Voor veel slachtoffers zal dit een hoge drempel zijn. Voor veel slachtoffers is het namelijk moeilijk om iemand te vertrouwen omdat hun vertrouwen op zeer pijnlijke manier geschonden is. En voor velen is het al helemaal moeilijk om openheid te geven. Toch is praten zeer noodzakelijk. Een trauma generaliseert namelijk. Voorbeeld: iemand wordt beroofd door een dief met gele kleren. Het slachtoffer kan hierdoor onbewust een aversie krijgen tegen een ieder die gele kleren draagt. Vooral voor jongere slachtoffers kan de verwarring die zo ontstaat groot zijn. Het gebeuren wordt aanschouwd door de ogen van een kind dat vaak niet in staat is om nuchter tegen de feiten aan te kijken. Daar bovenop komen de generaliserende gedachten. Dit generaliserend denken kan tot een ware marteling uitgroeien. Omdat er altijd kleine details zullen zijn, die een slachtoffer doen herinneren aan het geweld. Details waarvan omstanders de ware betekenis niet herkennen. Hierdoor kan voor het slachtoffer een gevoel van bedreiging in stand gehouden worden.

Praten helpt dit gevoel te beperken. Praten schept een band en daardoor een mogelijkheid voor het slachtoffer om minder onveilig’ de gebeurtenissen onder ogen te zien. Maar daarvoor dient het slachtoffer de instinctieve gevoelens van wantrouwen te overwinnen. Zelfs al wil het slachtoffer zijn/haar geheim’ prijsgeven, dan nog voelt dit bijna als onmogelijk aan. Het is immers tegen de wil van de dader. Er is nog een reden waarom praten belangrijk is: Het kan een gevoel van veiligheid geven. De meeste mensen zijn zich daar niet van bewust, omdat zij dit automatisch’ doen. Pas wanneer iemand een onveilige situatie heeft beleeft, groeit het besef dat veiligheid een illusie is. Iedereen weet immers wat er allemaal kan gebeuren bij het oversteken van een zebrapad. Toch komen de meeste mensen zonder emotionele problemen aan de overkant van de weg. De rede is dat men er niet bij stil staat. En als men er bij te nemen, nadat men goed om zich heen heeft gekeken. Zo is het ook met seksueel misbruik: het slachtoffer dient te beseffen dat mensen in de regel niet misbruikt worden. Met dit inzicht kan het slachtoffer leren dat omgaan met mensen iets anders inhoud dan seksueel misbruikt worden. Het slachtoffer zal moeten leren dat het constante gevoel van bedreiging een reactie is op datgene wat het slachtoffer heeft mee gemaakt en vaak niet een reactie op de feitelijk situatie. Praten helpt om duidelijkheid te scheppen in deze verwarring, zodat het slachtoffer zichzelf een groter gevoel van veiligheid kan geven. Iemand die in zijn/haar leven niet misbruikt is, kan vaak maar moeilijk begrijpen waarom de impact bij een slachtoffer zo groot kan zijn. Het antwoord hierop is gelegen in de sfeer waarin seksueel misbruik plaatsvindt. Seksueel misbruik is namelijk een vorm van machtsmisbruik, waarbij de dader zich vaak niets ongelegen laat om het slachtoffer te manipuleren. Het betreft hierbij niet alleen manipulatie om te komen tot seksuele handelingen (die een kind feitelijk niet wil). Maar ook onderdrukking die het stilzwijgen moet garanderen. Deze manier van onderdrukking kan bizarre vormen aannemen wanneer andere zaken zoals religie of straf als verklaring aan het kind worden gegeven. Het “Nee!” van een kind, al dan niet uitgesproken, wordt totaal niet gehoord. De verwarring die dit bij een slachtoffer oproept wordt nog groter, indien het misbruik plaats vond door iemand die het kind zou moeten kunnen vertrouwen of iemand waarvan het kind afhankelijk is. Een slachtoffer kan voor zichzelf een groter veiligheidsgevoel scheppen door te gaan beseffen dat hij/zij gemanipuleerd werd. Het creëren van een eigen veiligheidsgevoel begint met het inzicht dat het slachtoffer zich onttrokken heeft aan de invloedssfeer van de dader. Dit kan in letterlijke zin, door dat dader en slachtoffer fysiek gescheiden zijn. Maar het kan ook in figuurlijke zin wanneer het slachtoffer beseft dat er mensen aan zijn/haar kant staan. Mensen die het slachtoffer helpen en beschermen. Op een later tijdstip, als de ergste emoties verwerkt zijn, kan ook een zelfverdedigingscursus het gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen vergroten.

2.2 Verstandelijke verwerking
Om grip te krijgen op de verwarring, dient een slachtoffer eerst verstandelijk het seksueel geweld op een rijtje te zetten. Erkennen wat er gebeurd is en beginnen met het geweld op een objectieve manier te beschouwen. Dit is noodzakelijk om onterechte gevoelens van schuld en schaamte naast zich neer te kunnen leggen. Ook een totaal misplaatst en vaak door de dader aangepraat verantwoordelijkheidsgevoel dient door het slachtoffer naast zich neer gelegd te worden.

Het ontstaan van dit verantwoordelijkheids- of schuldgevoel heeft nog
een tweede facet. Het maakt voor het slachtoffer de gebeurtenissen dragelijker. Ieder mens heeft de drang om in vrijheid te beslissen over zijn/haar leven. Deze misplaatste verantwoordelijkheids- en schuldgevoelens geven het slachtoffer de illusie grip te hebben gehad op de situatie waarin het seksueel geweld plaatsvond. En dus hoeft het slachtoffers de gevoelens van onmacht niet onder ogen te zien. Een vals verantwoordelijkheids- en/of schuldgevoel is echter net zo’n slechte adviseur als angst. Het is de ideale manier voor een slachtoffer om zichzelf schaak-mat’ te zetten. Het weerhoudt een slachtoffer namelijk enerzijds van het doorlopen van een natuurlijk verwerkingsproces en anderzijds van de ontwikkeling van zelfbeschikking. Deze misplaatste gevoelens zijn het slot op de gevangenschap van de opgedrongen gevoelswereld’. Ratio is één van de sleutels waarmee dit slot open gemaakt kan worden. Nuchterheid schept helderheid. Elk slachtoffer kan veel baat hebben door nuchter het gebeurde onder ogen zien. Zuiver verstandelijk zichzelf steeds de vraag stellende wie waarvoor verantwoordelijk is, zonder daarbij objectiviteit uit het oog te verliezen. Hierbij ten overvloede de vermelding dat een kind nóóit seks wil hebben. Seksuele handelingen horen bij een latere levensfase. Seks is voor een kind een blanco blad en een ieder, die dit blad voor een kind meent in te kunnen vullen overschrijdt daarbij de grenzen van het kind. Dit is zeer essentieel: het slachtoffer moet (achteraf) inzien dat alle gevoelens van verantwoordelijkheid en schuld opgedrongen gevoelens zijn. Gevoelens die de dader vaak aanscherpt om de misbruik situatie in stand te houden. Lichamelijke reacties tijdens het misbruik worden ook vaak door de dader aangegrepen om het slachtoffer een misplaatst verantwoordelijkheidsgevoel aan te praten. Lichamelijke reacties zeggen echter niets over de verantwoordelijkheid van het slachtoffer. Zij zijn standaard reflexen die bij elk gezond menselijk lichaam (ongeacht de leeftijd) in werking treden op het moment dat er een prikkeling plaatsvindt. Net als wanneer iemand zijn of haar hand terug trekt op het moment dat per ongeluk het hete gasfornuis aangeraakt wordt. Schaamte kan eveneens middels verstandelijke nuchterheid gereduceerd worden. Zeker wanneer de vraag “Wie is waarvoor verantwoordelijk” gekoppeld wordt aan de ervaringen met het eigen lichaam.

Bepaalde aspecten van sommige culturele of religieuze achtergronden kunnen het verwerkingsproces nog moeilijker laten verlopen. Bijvoorbeeld wanneer deze achtergrond maagdelijkheid als belangrijk beschouwt of bijvoorbeeld homoseksuele contacten verbied. Een dergelijke culturele erfenis zal de conflicterende gevoelswereld van een slachtoffer alleen maar extra belasten en de herintegratie met de eigen omgeving bemoeilijken. Seksueel misbruik is een vorm van machtsmisbruik. Het opbouwen van een eigen leven wordt moeilijker als er in het leven van een slachtoffer factoren aanwezig zijn, die (onbedoeld) de macht van de misbruik(st)er in meer of mindere mate in stand houdt. Vandaar dat veiligheid zo belangrijk is. Dit kan dus betekenen dat, indien de culturele en/of religieuze overtuiging het slachtoffer van seksueel geweld schuldig’ verklaart, het slachtoffer deze zal moeten revalueren.

Het woord misbruik’ begint voor het slachtoffer daardoor een steeds concreter begrip te worden, net als de woorden slachtoffer’ en dader’. Het verstand stelt het slachtoffer in staat een nieuwe rangschikking te maken in zijn/haar denken. Een rangschikking die het slachtoffer in staat stelt anders tegen het gebeurde aan te kijken. Door deze wijziging van positie wordt het schaak-mat opgeheven en openen zich de deuren van de emotionele gevangenschap.

2.3 Emotionele verwerking
2.3.1 Het begin van de emotionele verwerking
Na de verstandelijke erkenning komt de emotionele verwerking. Vaak is er een grijs gebied te herkennen tussen de verstandelijke- en de emotionele verwerking. Bijvoorbeeld omdat eerst nog de waarom-vraag terzijde gelegd moet worden. De waarom-vraag is een natuurlijke reactie. Maar net als misplaatste schuld- een verantwoordelijkheidsgevoelens kan de waarom-vraag het slachtoffer belemmeren de blik op zichzelf te richten. De waarom-vraag kan aangegrepen worden als een laatste vluchtpoging voor het onder ogen zien van de eigen emoties. Men komt reeds in contact met de eigen gevoelswereld, maar in plaats van deze gevoelens te onderzoeken en verwerken wordt de aandacht verschoven naar de vraag “Waarom heb ik deze gevoelens?”. Dit is het grijze gebied tussen verstandelijke en emotionele verwerking. Want het antwoord luidt simpel: “Ik heb deze gevoelens, omdat een ander deze aan mij heeft opgedrongen”. Ratio en gevoelswereld vloeien hier in elkaar over.

Het slachtoffer dient hierbij in te zien dat het zinloos is om (lang) stil te staan bij de waarom-vraag. Er zijn nu eenmaal vragen waar geen (goed) antwoord op gegeven kan worden. Vergelijk het met de vraag: “Waarom worden mensen ouder”. Men kan alleen constateren dat mensen ouder worden. Wáárom dit zo is, is alleen voor de medische wetenschap echt van belang. Voor een individu niet. Daarvoor wel de vraag: “Nu ik weet dat ik ouder wordt, wat houdt dat in voor mij? Hoe kan ik daar mee omgaan?”. De emotionele verwerking zou kunnen beginnen met de vraag: “Ik ben seksueel misbruikt, wat heeft dit voor mij betekent?” En zou kunnen eindigen met de vraag: “Ik ben seksueel misbruikt, hoe kan ik op een gezonde manier door gaan met mijn leven?” Maar zolang het slachtoffer de verschillende emotionele aspecten van het seksueel misbruik nog geen plaats heeft kunnen geven, zal hij/zij deze laatste vraag maar moeilijk oprecht kunnen stellen.

Een andere typische vluchtpoging’ is het beschrijven van het verleden door het slachtoffer alsof het een ander betreft. Ook hier is er weer spraken van het grijze gebied tussen verstandelijke en emotionele verwerking. Het slachtoffer erkent (verstandelijk) het gebeurde maar is nog niet in staat zichzelf (emotioneel) in de situatie te plaatsen. Het slachtoffer kan deze overgangsfase overwinnen door te leren in de ik -vorm te gaan spreken. Moeilijker wordt wanneer de impact van het trauma groter is. Bijvoorbeeld omdat het seksueel geweld op jongere leeftijd plaatsvond, lang aan duurde of de omgevingsfactoren van het slachtoffer ongunstig waren. De instinctieve drang tot vluchten kan dan zo groot worden dat er een emotionele loskoppeling plaats vindt. Deze kan zich in een milde vorm uiten waarbij het slachtoffer het gevoel heeft helemaal leeg’ te zijn of als een robot’ door het leven te gaan. Een slachtoffer is dan vaak geholpen door samen met een therapeut de oorzaak van deze gevoelstoestand te onderzoeken. Inzicht te verschaffen waarom deze vorm van overleven opgeroepen werd bij het slachtoffer.

Ernstiger is het wanneer het vluchtgedrag er toe geleidt heeft, dat het jonge slachtoffer zich opgesplitst heeft in meerdere personen. Elke persoonlijkheid vervult hierbij een unieke taak in de overlevingsstrategie. Bijvoorbeeld één persoon die het verdriet beheert en één persoon die de woede vertegenwoordigd. Een slachtoffer kan erbij gebaat zijn als hij/zij al deze afzonderlijke persoonlijkheden, al dan niet apart, het proces van emotionele verwerking laat doorlopen. Het moge duidelijk zijn dat deskundige therapie in dit soort gevallen zeer noodzakelijk is.

2.3.2 De emotionele verwerking zelf
Door veel slachtoffers wordt de fase van emotionele verwerking als sterk belastend ervaren. Vooral het begin van deze fase wordt gekenmerkt door herbeleving. Beelden en emoties uit het verleden dringen zich aan het slachtoffer op en dwingen deze de aandacht expliciet op het gebeuren te richten. Alle verdrongen gevoelens zoals woede, verdriet en onmacht komen in alle hevigheid naar boven. Gevoelens die achteraf alsnog een plek moeten krijgen. Het heeft veel weg van een rouwproces. Rouw om de jeugd die men nooit gehad heeft, rouw om de ouders die er misschien nooit zijn geweest op een manier die je als weldenkend mens mag verwachten, rouw om alles wat men verloren heeft door het seksueel geweld.
Zeker het begin van de emotionele verwerking kan een kritische fase zijn. Een goede begeleiding van het slachtoffer is zeer wenselijk. Niet alleen door professionele hulpverlening maar zeker ook door een begripvolle omgeving. Ondanks de instinctieve afkeer van slachtoffers om de eigen pijn onder ogen te zien, is dit zeer belangrijk. Want vaak is dit de enige manier om de negatieve gevolgen van de verdrongen emoties te reduceren. Deze gevolgen kunnen uiteenlopen van het in stand houden van het opgelegde isolement, eetstoornissen, depressiviteit, automutilatie, de vlucht in verdovende middelen, enz.

Een mens ken vier basis emoties: Angst, woede, verdriet en blijdschap. Een trauma ontstaat in feite doordat emoties zó sterk worden opgeroepen dat het voor het slachtoffer onmogelijk is om er op normale en gezonde manier mee om te gaan. Het is zaak om tijdens de emotionele verwerking om te leren gaan met deze intense gevoelens.

Overlevingsstrategieën ontstaan als compensatie op deze emotionele druk. Met name grote angst roept veel stress op bij het slachtoffer. Angst voor het eigen leven, angst door de indoctrinatie van de dader tot en met angst voor de eigen angsten. Het is voor een slachtoffer belangrijk te leren, dat angst een gevoel is dat men naast zich neer kan leggen. De truc is om voor zichzelf angst toe te staan, maar tegelijkertijd voor ogen houden dat het einddoel is om niet door deze angst beïnvloed te worden. Af en toe een stapje terug, naar de verstandelijke verwerking, doet wonderen. Het slachtoffer dient zich bij angsten af te vragen “Is mijn angst wel reëel?” Of “Waar komt nu ineens die angst vandaan?” Door (verstandelijk) op deze manier om te gaan met de angsten, leert het slachtoffer dat angst slechts een echo uit het verleden’ is, bijvoorbeeld omdat er toevallig iemand in gele kleding op de straat liep.

Deze verstandelijke aanpak heeft ook als voordeel, dat het slachtoffer bepaalde mechanismen in zichzelf leert herkennen. Dit is belangrijk omdat het zo verworven inzicht gebruikt kan worden om angsten te voorkomen. Het slachtoffer leert zijn/haar eigen manier van reageren om situaties beter begrijpen. Concreet: angsten blijven van iemand winnen zolang de persoon in kwestie blijft vluchten of vechten tegen de angsten. Angsten verliezen echter hun kracht als zij op hun ware aard onderkent worden: zij zijn slechts een waarschuwingssignaal. Net zo goed als de pijn die iemand voelt als deze per ongeluk met een vinger aan een heet fornuis komt.

De ervaren angst en onmacht leidt makkelijk tot woede. Vaak leert’ het slachtoffer deze woede te onderdrukken. Met name omwille van het feit dat de situatie waarin het misbruik plaats vindt, vaak van dien aard is dat het slachtoffer niet in staat is om de verantwoordelijkheid bij de dader te leggen (zeker niet ingeval het slachtoffer afhankelijk is van de dader). En daardoor ook niet in staat is de woede zelf te richten op de dader. Het slachtoffer leert’ hierdoor een natuurlijke, emotionele reactie te onderdrukken. Wanneer dit onderdrukken faalt, kent het (jonge) slachtoffer meestal geen goede manier om met deze woede om te gaan. De woede richt zich dan op een willekeurig persoon of voorwerp in de omgeving van het slachtoffer. Ook kan het slachtoffer de woede op zichzelf uiten. Automutilatie, zelfbestraffing, krampaanvallen zijn allemaal voorbeelden die voor een groot deel voortvloeien uit deze woede. Voor een slachtoffer is het essentieel te leren dat woede een bron van energie is. Energie die destructief maar ook constructief gebruikt kan worden. Bijvoorbeeld om de woede gedoseerd toe te passen bij het bewaken van de eigen grenzen. Hierbij wordt de woede gebruikt om te leren “Nee” te zeggen en niet het van oudsher geprogrammeerde’ “Doe maar” wat vaak vertaald wordt in “Ja”. Zodoende kan het slachtoffer leren de eigen woede te gebruiken om voor zichzelf op te komen, zonder dat daarbij de woede ontaard in destructie.

Een ander facet van woede, dat hier niet onbesproken mag blijven, is de relatie tussen woede en angst. Er bestaat namelijk een wisselwerking tussen deze twee emoties, net zo goed als tussen verdriet en blijdschap. Angst kan voor een deel een verkapte vorm van woede zijn terwijl woede weer voor een deel een verkapte vorm van angst kan zijn. Wanneer het voor een slachtoffer moeilijk is zijn/haar eigen emoties te begrijpen kan het raadzaam zijn deze wisselwerking nader te beschouwen. Lees voor de aardigheid bovenstaande twee alinea’s nog eens door waarbij je de woorden”angst” en “woede” consequent verwisselt!

Het emotionele verwerkingsproces kan heel verwarrend werken wanneer het slachtoffers gevoelens van blijheid bij zichzelf onderkent. Blijheid voor het beetje aandacht, dat gegeven werd door het misbruik. Blijheid dat het slachtoffer zelf misbruikt werd en niet een gewaardeerd broertje of zusje. Toch is het zaak om ook bij deze emotie stil te staan, zodat ook zij uiteindelijk een plek krijgt.

Tot slot het verdriet. De relatie tussen emotionele verwerking en rouwen om de gevolgen van het seksueel misbruik kwam al eerder ter spraken. Nu wordt het zaak uiting te geven aan dit verdriet. Veel slachtoffers hebben baat bij het schrijven van gedichten of een dagboek. Anderen weer door te gaan schilderen of te musiceren. Een slachtoffer kan leren om te gaan met het verdriet, door er uitdrukking aan te geven. Net zo goed als het verdriet van een verloren dierbare tot uitdrukking wordt gebracht. Elk slachtoffer kan daarbij op een gegeven moment bewust op zoek gaan naar zijn/haar manier waarop hij/zij uitdrukking wil geven aan dit verdriet. Want ondanks dat het verdriet groot kan zijn, is het uiteindelijk een verademing. Verdriet is gekoppeld aan afscheid nemen’. Verdriet heeft iets van stil staan bij het verleden’ om door te kunnen gaan met het heden, om ruimte te scheppen voor nieuwe ervaringen.

2.3.3 Het einde van de emotionele verwerking
Woede kan het slachtoffer helpen uit de emotionele gevangenschap’ te stappen. Verdriet kan het slachtoffer helpen daadwerkelijk afscheid te nemen van de oude vertrouwde celmuren’. De felheid van de verschillende emoties bedaart naarmate de verwarring afneemt. Het begint tot het slachtoffer door te dringen dat de indoctrinatie van de dader gebaseerd is op een leugen. Het is belangrijk hierbij stil te staan, omdat dit inzicht, samen met de nieuwe emotionele orde’ het fundament vormt voor de volgende stap: zelfbeschikking. Het verdient aan de andere kant ook de aanbeveling niet te snel tot deze stap over te gaan. Het emotionele verwerkingsproces kan lange tijd in beslag nemen. Wellicht is het verstandig om de focus primair te richten op een stabiel (emotioneel) leven dan de verwerkingsfasen zo snel mogelijk te doorlopen. Beter in éénmaal het emotionele verwerkingsproces goed doorlopen dan op latere leeftijd nog steeds geplaagd te worden door stukjes onverwerkt verleden.

Maar wanneer breekt deze fase aan? Voor een slachtoffer is het heel makkelijk te herkennen: op het moment dat de innerlijke rust gehandhaafd blijft of op zijn minst voor langere tijd vast gehouden kan worden. Verwerken is een rouwproces net zo goed als het een leerproces is. Tijdens het emotionele verwerkingsproces dienen zich de emoties aan, die het slachtoffer tijdens het seksueel misbruik niet aankon en die dus verdrongen werden. Emotionele verwerking is derhalve niet alleen het (opnieuw) daadwerkelijk voelen van deze emoties, maar ook het leren met deze emoties om te gaan. Het diploma’ van deze cursus’ is innerlijke rust en stabiliteit. Het slachtoffer heeft geleerd zichzelf een veiligheidsgevoel te verschaffen. Gevoelens van verdriet zijn geuit en spelen een steeds kleinere rol, waardoor het slachtoffer niet meer overspoeld wordt door intense emoties. Mocht onverhoopt de emotionele balans toch verstoort worden, dan keert de stabiliteit steeds sneller terug door de opgedane ervaringen.

Langzaam maar zeker nadert het verwerkingsproces een ontknoping. Nadat afscheid is genomen van de emotionele gevangenschap’ wordt het tijd om afscheid te nemen van de dader. Deze fase is zeer essentieel. Het betekent niet alleen een einde het geplaagd worden door verdrongen gedachten en emoties, maar tevens het verbreken van de onzichtbare band tussen dader en slachtoffer. Het slachtoffer onttrekt zich aan de dwang die op hem of haar is losgelaten en begint eindelijk een leven in vrijheid. Met name voor slachtoffers van incest op jonge leeftijd is dit een moeilijk proces. Als kind hadden vaak zij een afhankelijkheidsrelatie met de dader. Hierdoor is het bijna onmogelijk voor het slachtoffer zich als kind te verzetten tegen hun verzorg(st)er, zelfs jaren na het seksueel geweld. In nog triestere gevallen is (seksuele) onderwerping zelfs aangeleerd gedrag.

Door de nieuw verworven inzichten is het slachtoffer in staat zich te distantiëren van deze opgedrongen emotionele gevangenschap’. De verantwoording voor zijn/haar daden wordt door het slachtoffer bij de dader neergelegd en accepteert niet langer de leugen van valse schuld-, schaamte- en verantwoordelijkheidsgevoelens. De eigenwaarde en het zelfbeeld van het slachtoffer worden ontdaan van de smet der onderdrukking. De verstandelijke erkenning dat het slachtoffer een volwaardig mens is begint langzaam maar zeker te groeien.

Zoals het verwerkingsproces eerst een verstandelijke fase en aansluitend een emotionele fase doorloopt, zo wordt de onzichtbare relatie met de dader eveneens eerst verstandelijk en daarna emotioneel verbroken. Het slachtoffer onderkent verstandelijk de leugen die hem of haar werd voor gehouden. Een leugen gestoeld op machtsmisbruik met als doel seksuele bevrediging van de dader. Machtsmisbruik dat leidde tot onderdrukking en het breken van de eigen wil van het slachtoffer.Indoctrinatie die leidde tot isolement en een bestaan in eenzaamheid. Opgedrongen ervaringen, die het gevoelsleven van een slachtoffer totaal over hoop hebben gehaald. Maar ook een gevoelsleven waar een nieuwe ordeverdeling is ontstaan door het verwerkingsproces. Een gevoelsleven waarin steeds meer afstand wordt genomen van de opgelegde leugen. Langzaam maar zeker breekt het moment aan waarop ook emotioneel afscheid genomen dient te worden van de relatie die het slachtoffer had met de dader.

Hoe het definitief verbreken van de relatie precies ingevuld wordt, is
primair een persoonlijke zaak van het slachtoffer. Elk mens heeft zijn/haar eigen manier van afscheid nemen en afstand doen. Afgezien daarvan spelen ook nog andere factoren een rol. Zo hoeft de dader niet meer te leven ten tijde dat het slachtoffer in deze fase van de verwerking komt. Anderzijds kan het voorkomen dat de afhankelijkheid van de dader nog voort bestaat.

Vaak wordt door de hulpverlening aangestuurd op een confrontatie met de dader, maar deze confrontatie hoeft niet zaligmakend te zijn. In tegendeel zelfs. Het kan voor het slachtoffer een herbeleving worden van de onderschikte positie die hij/zij al die jaren heeft ingenomen. Een goede begeleiding, vóór, tijdens en na de confrontatie is dan ook zeer wenselijk. De begeleiding dient hierbij rekening te houden met allerlei mogelijke uitkomsten van de confrontatie. Van een medelijden opwekkende schuldbekentenis tot en met een agressieve ontkenning door de dader.

Het emotioneel terugeisen van de (emotionele) zelfbeschikking hoeft echter niet per se middels een confrontatie plaats te vinden. Een symbolisch versturen van een brief of fictief gesprek met de dader kan eveneens uitkomst bieden. Centraal staat namelijk niet meer de dader met zijn/haar onderdrukking, maar het slachtoffer met zijn/haar overwinning. Een overwinning voor het slachtoffer die geleidt heeft tot beëindiging van de emotionele gevangenschap’. Een vrijheid waaraan het slachtoffer nog moet wennen deze te ervaren. Maar als dan op een later tijdstip terug wordt gekeken zal voor het slachtoffer zowel verstandelijk als emotioneel duidelijk zijn:”Ik ben er uit! Het is voorbij!”

2.4 De opbouw van een nieuw leven
Wanneer de voorgaande verwerkingsfasen met succes zijn doorlopen, is de nieuw verworven vrijheid er een van kansen voor het slachtoffer maar vaak ook een van beangstigende onzekerheden. Het is een vrijheid, die verworven wordt door het terugeisen van het besef van de eigen kracht, eigen wilsbeschikking, eigenwaarde en het mogen zijn’. En daarmee afrekenend met het voortdurende gevoel van onmacht, onderdrukking en angst. De onzekerheid ontstaat door het wegvallen van oude overlevingspatronen alsook vaak de instinctieve drang zich af te zonderen. Er dient zich een nieuw leerproces aan waarbij het zelfbeeld opnieuw geformuleerd wordt evenals de manier waarop een slachtoffer naar zijn of haar omgeving kijkt.

De laatste stap in dit proces is het opnieuw deelnemen aan activiteiten, en wel zodanig dat de opgedane traumatische ervaringen het dagelijks leven van het slachtoffer niet meer negatief beïnvloeden. Hierbij is het voor het slachtoffer belangrijk om over de drempel van twijfels heen te stappen en een sociaal leven op te bouwen. Een sociaal leven waarin het slachtoffer uit de rol van onderdrukte stap en op basis van gelijkheid de medemens tegemoet treedt.

Ook dit laatste is feitelijke een leerproces. Voor menige (jong)slachtoffer is een omgang met de medemens op basis van gelijkheid een nieuwe ervaring. Vooral voor hen is het zaak om deze nieuwe ervaring te gaan verkennen op een manier waarbij, zowel kinderlijke naïviteit als instinctieve argwaan er mogen zijn, maar geen bepalende factor mogen vormen. Gelijkheid’ is een term die nog een nadere invulling behoeft, want veel slachtoffers zullen hun geconfronteerd worden met hun eigen onzekerheid. Het eventuele onvermogen om een situatie als volwassene correct in te schatten mag hierbij geen boventoon voeren. Een gokje wagen’ zou het devies moeten zijn. Al doende lerende dat gelijkheid de nieuwe werkelijkheid is. Een werkelijkheid die de deuren openzet naar een vreugdevol leven, waarin het slachtoffer kan leren te genieten.

De werkelijkheid van het heden kan echter nooit ervaren worden indien de gevangenschap van het verleden in stand gehouden wordt. Het slachtoffer zal in deze fase dus over moeten gaan tot een actieve opbouw van een sociaal leven, ondanks de gevoelde onzekerheid. Hiermee kan begonnen worden zodra het slachtoffer bij zichzelf herkent dat de emotionele beleving stabielere vormen aanneemt.

Belangrijk in dit alles is de omgeving van het slachtoffer. Zowel ten tijde van het seksueel misbruik, ten tijde van het verwerkingsproces als erna. Maar het belangrijkste voor een slachtoffer is toch wel dat hij of zij gaat praten. Praten om een eigen gevoel van veiligheid te herscheppen, praten om de verwarrende en conflicterende emoties op een rij te zetten en te verwerken. Praten om aansluiting te krijgen in een sociale omgeving en zodoende weer een normaal leven op te pakken.

Het woord integratie wordt hierbij vaak gebruikt. Integratie met zichzelf maar ook met de omgeving. Zowel verstandelijk als emotioneel weer in contact komen met zichzelf, maar ook weer aansluiting vinden met de (sociale) omgeving. Normen en waarden zoals geleerd in de kindertijd, spelen hierbij een rol. Soms maakt de achtergrond van een slachtoffer het verwerkingsproces extra moeilijk. Zo kan het voor mannelijke slachtoffers vaak moeilijker dan voor vrouwelijke slachtoffers om zichzelf als weerloos kind te zien. Dit komt doordat ze dan niet aan het maatschappelijke cliché van ‘sterke man’ kunnen voldoen.

Verwerken van seksueel geweld, zeker wanneer het langdurig aan heeft gehouden, is meer dan alleen het op een rijtje zetten van de gebeurtenissen en leren deze los te laten. Een slachtoffer dient te leren léven in plaats van slechts te overleven.