Seksueelgeweld.nl
mailinglist contact plaatsing steundesite nooduitgang
hulp
informatie
lotgenoten
website
 
Cijfers
Hoe vaak komt seksueel misbruik van kinderen voor?
Uit landelijk Nederlands onderzoek blijkt dat ruim vijftien procent van de vrouwen voor het zestiende levensjaar een negatieve seksuele ervaring heeft meegemaakt met een familielid. Iets meer dan de helft van deze slachtoffers is ernstig misbruikt: er waren herhaalde (pogingen tot) verkrachting, er werden andere ingrijpende seksuele handelingen afgedwongen óf er was sprake van verschillende daders. In eenderde van de gevallen betrof het een eenmalige gebeurtenis, bij eenderde deel ging het om meer dan vijf keer en bij het resterende deel om veel voorkomende gebeurtenissen over een lange periode. De daders waren voornamelijk vaders, oudere broers en ooms. Eén procent van de (mede-) plegers was vrouw. Daarnaast is 24 procent van de vrouwen in hun jeugd geconfronteerd met (meestal eenmalig) seksueel misbruik door iemand die niet tot de familiekring behoorde: een oudere jongen, een onderwijzer, een buurman, de vader van een vriendinnetje, een volwassen vriend van het gezin of een onbekende man. In bijna de helft van deze gevallen deed de dader een poging tot verkrachting of dwong het slachtoffer tot masturbatie. Als we de gebeurtenissen binnen en buiten de kring van verwanten combi-neren, blijkt dat bijna 40% van de vrouwen vóór het zestiende jaar een of meer ervaringen met seksueel misbruik heeft gehad. De meest voorkomende leeftijd waarop misbruik vaak voorkomt ligt tussen de acht en twaalf jaar. Naar seksueel misbruik van jongens is in ons land nog geen landelijk onder-zoek verricht. Buitenlandse studies tonen aan dat drie tot negen procent van de jongens misbruikervaringen kent, meestal gepleegd door mannen buiten de kring van familieleden.

Hoe veel zaken worden behandeld door het openbaar ministerie?
Het aantal misbruikzaken dat het openbaar ministerie behandelt is de laatste jaren redelijk stabiel. Het gaat om ongeveer 2050 tot 2350 zaken per jaar. Het De kans dat een kind dodelijk slachtoffer wordt van een psychopatepleger van seksueel geweld is heel klein.

Het aantal zaken waarin de rechter uiteindelijk een beslissing neemt schommelt van 1997 tot en met 1999 tussen de 500 en 550 per jaar voor meerderjarige verdachten en bedraagt circa 135 per jaar voor minderjarige verdachten. Het aantal zaken waarbij moord en doodslag plaatsvindt is gemiddeld, hoe ernstig ook, nog geen drie per jaar (gerekend tussen 1992 en 2000).

Wie plegen seksueel misbruik van kinderen?
Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, zowel bij de lagere als hogere sociale klasse, bij mensen van alle kerkelijke gezindten en bij autochtone en allochtone Nederlanders. Voor zover bekend uit onderzoek zijn plegers vrijwel altijd mannen. Vrouwen vormen één tot drie procent van alle plegers. Meestal zijn hun slachtoffers kinderen binnen het gezin, jongens even vaak als meisjes. De helft tot driekwart van deze vrouwen pleegt het misbruik onder druk van een (hun) man die er bij aanwezig is. De meeste vrouwelijke plegers zijn zelf in hun jeugd seksueel misbruikt of verwaarloosd.

In 80 tot 95 procent van alle gevallen gaat het om bekenden van het kind. De onbekende ‘man in de bosjes’ of ‘kinderlokker’ komt maar zelden voor. De kinderen zijn doorgaans afhankelijk van de pleger of hebben vertrouwen in hem: een vader, broer, oom, de vriend van moeder, een tante, huisvriend, buurman, leraar of jeugdleider. Meisjes blijken vaker door gezins- of familieleden misbruikt te worden terwijl jongens vaker door mannen buiten de kring van verwanten worden misbruikt.

Hoeveel plegers vallen na hun straf weer terug?
Veel mensen denken dat de daders van seksueel misbruik na hun straf vrijwel altijd en meteen terugvallen in hun oude fout. Dat is niet waar. Nederlandse cijfers over de recidive ontbreken, maar uit buitenlandse onderzoeken kan worden afgeleid hoe vaak daders die niet worden behandeld
hun oude gedrag weer oppakken:

Binnen vijf jaar na detentie valt vier procent van de incestplegers terug in de oude fout. Van de pedoseksuelen, gericht op meisjes buiten het gezin, recidiveert dertien procent en van de pedoseksuelen die jongens buiten het gezin misbruiken 21 procent. Vijftien jaar na de detentie zijn die recidive-percentages verdubbeld. De percentages geven een ondergrens aan, omdat lang niet al het misbruik bij de politie wordt aangegeven.

Plegers recidiveren eerder en vaker als ze:
  • uitsluitend seksuele interesse in kinderen tonen (pedofielen)

  • als minderjarige al afwijkend seksueel gedrag hebben vertoond

  • voorheen niet-seksuele misdrijven hebben gepleegd

  • onbekende slachtoffers kiezen

  • jongens als slachtoffer kiezen

  • een antisociale persoonlijkheid hebben of psychopatisch zijn

  • problemen hebben met het aangaan van liefdesrelaties met volwassenen

  • met leeftijdgenoten omgaan die hun afwijkende levensstijl steunen

  • vinden dat seksueel contact tussen volwassenen en kinderen niet schadelijk is

  • gemakkelijk toegang hebben tot potentiële slachtoffers.

Hoe meer van deze kenmerken een pleger bezit, hoe groter de kans op recidive.
Bron: brochure van het ministerie van Justitie