Belangrijke links

Haloperidol / Haldol

Haloperidol is sinds 1959 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Haldol en het merkloze Haloperidol. Het is te verkrijgen in tabletten, druppels en injecties.

1. Wat doet dit middel en waarbij wordt het gebruikt?
Haloperidol behoort tot de groep klassieke antipsychotica. Het vermindert in de hersenen onder andere het effect van de natuurlijk voorkomende stof dopamine. Hierdoor nemen psychosen, hevige onrust, misselijkheid en bepaalde spiertrekkingenaf. Artsen schrijven het voor bij:

Psychose
Bij een psychose ervaart men zichzelf en de wereld om zich heen anders dan de werkelijkheid. Men spreekt dan van wanen en hallucinaties. Psychotische mensen wantrouwen hun omgeving vaak en zijn verward. Een psychose kan voor zowel de pati�nt als de omgeving zeer beangstigend zijn.

Psychosen kunnen in verschillende situaties optreden, bijvoorbeeld bij schizofrenie, depressiviteit, tijdens een manie bij manische depressiviteit, bij dementie, alcoholontwenning, extreme angst of bij vergiftigingen zoals van alcohol, drugs en sommige medicijnen. Het wordt in de laatste gevallen ook vaak een delirium genoemd. Een delirium duurt veel minder lang dan een psychose.

Haloperidol onderdrukt de verschijnselen bij zeven van de tien psychotische pati�nten. De psychose vermindert binnen enkele weken en de verwardheid binnen enkele maanden.

De werkingsduur van ��n dosis is 12 tot 24 uur.

Manie
Een manie is een periode van overdreven opgewektheid, met veel onrealistische plannen en acties. Mensen steken zich in deze periode vaak in de schulden en ondernemen activiteiten waar ze later spijt van hebben. Soms heeft men ook last van psychose (zie hierboven).

Bij een manie schrijven artsen meestal eerst lithium voor. Is er ook sprake van psychoses of zeer extreem gedrag , dan wordt ook clonazepam gebruikt. Mocht clonazepam onvoldoende werken, dan schrijft de arts haloperidol voor. De rustgevende werking van haloperidol treedt binnen enkele dagen in.

De werkingsduur van ��n dosis is 12 tot 24 uur.

Onrust
Mensen met dementie, geestelijk gehandicapten en autisten zijn soms zeer onrustig, agressief of angstig.

Haloperidol vermindert deze verschijnselen binnen enkele dagen.De werking houdt 12 tot 24 uur aan.

Schizofrenie
Schizofrenie is een psychische aandoening met stoornissen in het denken, het waarnemen en het gevoelsleven. Het belangrijkste verschijnsel bij schizofrenie is het optreden van een psychose (zie hierboven) en de verwardheid. Daarnaast hebben mensen last van zogenoemde ‘negatieve verschijnselen’, zoals gebrek aan initiatief, zelfverwaarlozing en het moeilijk leggen van sociale contacten. Ze sluiten zich af van de buitenwereld en voelen een psychische leegte.

Haloperidol onderdrukt de verschijnselen van een psychose, maar werkt nauwelijks tegen de ‘negatieve verschijnselen’. Hierboven leest u hoe haloperidol werkt bij psychosen.

Depressie
Bij depressiviteit is er sprake van een sombere stemming, geen interesse en plezier meer in de dingen van het leven. Iemand die depressief is, voelt zich vaak waardeloos en heeft schuldgevoelens. Ook kunnen mensen met depressiviteit snel ge�rriteerd zijn en moeite met inslapen of doorslapen hebben.

Bij een zeer ernstige depressie treden soms wanen en hallucinaties op (zie ‘psychose’ hierboven). Dit heet ook wel een psychotische depressie. Haloperidol kan hierbij gebruikt worden in combinatie met antidepressiva. Hierboven leest u hoe haloperidol werkt bij psychoses.
Bij manische depressiviteit worden depressieve periodes afgewisseld met manies, zie hierboven. Daar leest u hoe haloperidol werkt bij manies.

Alcoholontwenning
Als u verslaafd bent aan alcohol en hiermee wilt stoppen, kunt u last krijgen van ontwenningsverschijnselen, zoals overmatig zweten, misselijkheid, angst, versnelde hartslag, trillen en slapeloosheid.

Ook treden soms psychotische verschijnselen op, zoals hallucinaties. Dit wordt ook wel een delirium genoemd. Tegen de onttrekkings-verschijnselen schrijven artsen meestal een rustgevend middel voor, zoals diazepam of chloordiazepoxide. Deze werken niet tegen de hallucinaties. Bij mensen die veel last van hallucinaties hebben kan de arts haloperidol voorschrijven.

Hierboven leest u hoe haloperidol werkt bij psychosen, zoals hallucinaties.

DementieMensen met dementie hebben niet alleen last van ernstige geheugenstoornissen, maar vaak ook van hevige onrust, angsten, agressiviteit en wanen. Wanen zijn vreemde gedachten over de buitenwereld die niet kloppen met de werkelijkheid, zoals achtervolgingswaan.

Hierboven leest u hoe haloperidol werkt bij psychosen, zoals wanen, en onrust, zoals door angsten en bij agressiviteit.

Misselijkheid en braken
Misselijkheid en braken ontstaan doordat het braakcentrum in de hersenen wordt geprikkeld. De prikkels kunnen afkomstig zijn uit het evenwichtsorgaan, ergens vanuit de hersenen, of van de maag en darmen.

Haloperidol blokkeert de prikkeling van het braakcentrum. Hierdoor neemt misselijkheid en braakneiging af. Het wordt soms gebruikt bij ernstige misselijkheid, bijvoorbeeld na een operatie, als andere middelen niet voldoende helpen.

De werking van ��n dosis houdt 12 tot 24 uur aan.

Hik (voortdurend)
Hik ontstaat door krampen van het middenrif. Het middenrif is een spier tussen de buik en de longen. Meestal is de hik onschuldig, het gaat na kort tijd weer over. Een enkele keer houdt de hik echter meerdere dagen of langer aan.

In dat geval helpt haloperidol soms. Hoe dit middel precies werkt bij hik is niet bekend. Meestal geeft de arts u eerst een injectie met haloperidol, waarna u de volgende dagen tabletten, gebruikt.

Tics
Bij het syndroom van Gilles de la Tourette heeft men last van zich telkens herhalende bewegingen of spiertrekkingen van het gezicht, schouders of armen en van het maken van geluiden, zoals snuiven, grommen of dwangmatig vloeken.

Bij de ziekte van Huntington is er sprake van spraak- en slikproblemen. Ook hebben mensen last van schokkerige bewegingen van armen, nek, romp en gezicht.

Bij beide aandoeningen blijkt haloperidol soms de verschijnselen te verminderen. De werkingsduur van ��n dosis is 12 tot 24 uur.

2. Op welke bijwerkingen moet ik letten?
Naast het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven. Lang niet iedereen ervaart bijwerkingen en niet iedereen krijgt dezelfde. Dit is afhankelijk van uw eigen gevoeligheid voor iedere specifieke bijwerking. De meest voorkomende bijwerkingen zijn bewegingsstoornissen, deze worden ook wel extrapyramidale verschijnselen genoemd. Het zijn stoornissen in de aansturing van de spieren.

Vanaf het begin of bij verhoging van de dosering:
Regelmatig
Moeite met bewegen, zoals stijve spieren, beven, een maskerachtige uitdrukking op het gezicht, murmelen, moeite met lopen en spreken. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel ‘parkinsonisme’ genoemd, omdat de verschijnselen lijken op die van de ziekte van Parkinson. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit middel verergeren. Overleg ook met uw arts als u tijens gebruik moeite met bewegen krijgt. De arts kan dan proberen de dosering te verlagen of een ander geneesmiddel te zoeken dat deze bijwerking niet of in mindere mate heeft. Is dat niet mogelijk of blijft u last houden, dan kan hij een medicijn tegen deze bijwerking voorschrijven.

Rusteloosheid, zoals niet stil kunnen zitten, liggen of staan. Dit uit zich als wiebelen of wippen met voet, onderbeen, hand of bovenlichaam en eventueel met gevoelens van angst of onrust. Het treedt vaak op binnen enkele dagen na het begin van de behandeling met het geneesmiddel. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, bij verandering van de dosering of na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel ‘acathisie’ genoemd. Als u veel last heeft van deze bijwerking en hij verdwijnt niet binnen enkele dagen, dan kan de arts een medicijn tegen deze bijwerking voorschrijven.

Plotselinge spiertrekkingen meestal in het hoofd en het gezicht, soms een krampachtige achteroverstrekking van het lichaam. Hierdoor kan het hoofd scheef gaan staan en kunnen spraak- of slikstoornissen optreden. Als deze bijwerking optreedt, is dat gedurende de eerste vier dagen van de behandeling of kort na een verhoging van de dosering. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel ‘acute dystonie’ genoemd.

Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
Soms
Sufheid, slaperigheid en vermindering van het het reactie-, concentratie- en co�rdinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u ’s nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.

Duizeligheid, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het middel. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn ’s avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.

Soms treden de volgende bijwerkingen treden op in het begin van de behandeling. Ze gaan na een paar weken weer over:
droge mond doordat u minder speeksel aanmaakt. Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Door de droge mond ontstaan sneller gaatjes in uw gebit en ontstekingen van het slijmvlies van de mondholte. Poets en flos extra goed als u merkt dat u last blijft houden van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
droge ogen en wazig zien.

verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.

moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.

problemen met vrijen. Bij mannen: moeilijker krijgen van een erectie. Bij vrouwen: moeilijker krijgen van een orgasme.

Zelden
Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een di�tist als u hier veel last van heeft.

Maligne neuroleptica syndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.
Na langdurig gebruik (meerdere maanden)
Soms
Late bewegingsstoornissen. De eerste verschijnselen zijn zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Neem bij deze eerste verschijnselen contact op met uw arts voor overleg. Latere verschijnselen die op kunnen treden zijn: buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
Als deze bijwerkingen optreden is dat pas op na enkele maanden gebruik, bij verlaging van de dosering en soms pas als u gestopt bent met het middel. De verschijnselen worden bij staken na verloop van tijd minder. Bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking echter niet meer helemaal over. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel ‘tardieve dyskinesie’ genoemd.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van ��n van de bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingpatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum voor u beter geschikt.

3. Heeft dit middel een wisselwerking met andere medicijnen?
De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen zijn:
andere middelen die het reactievermogen verminderen. Bij deze middelen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u twee of meer van dergelijke middelen gebruikt.

ritonavir (Norvir, Kaletra) een middel gebruikt bij HIV-infectie. De hoeveelheid haloperidol in het bloed kan door deze middelen stijgen. Hierdoor zijn de bijwerkingen sterker. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.

bupropion (Zyban), een middel tegen rookverslaving. De kans op een epileptische aanval neemt toe. U mag deze middelen daarom niet samen gebruiken.

door de volgende middelen kan haloperidol sneller uit het lichaam verdwijnen. Het is dan slechter werkzaam. Neem contact op met uw arts als u ��n van de volgende middelen gebruikt:
veel middelen tegen epilepsie: fenyto�ne, carbamazepine en barbituraten, zoals fenobarbital, secobarbital, cyclobarbital, methylfenobarbital en primidon.

middelen tegen tuberculose, zoals rifampicine (Rifadin, Rimactan).

een middel tegen kanker, aminogluthemide (Orimeten).

Uw arts kan dan als dat nodig is de dosering van haloperidol aanpassen. Let u wel op dat als u met ��n van bovenstaande middelen stopt, het effect van haloperidol juist toe kan nemen. Overleg daarom altijd eerst met uw arts als u met ��n van deze middelen wilt stoppen.
4. Als ik dit middel gebruik, mag ik dan…
autorijden?
In het algemeen geldt dat u geen auto moet rijden. Zeker niet gedurende de eerste weken dat u dit middel gebruikt. Dit middel veroorzaakt sufheid, wazig zien en een verminderd reactievermogen.

Bij veel aandoeningen waarvoor haloperidol wordt gebruikt, is het af te raden auto te rijden, omdat uw beoordelingsvermogen vaak be�nvloed is, ondanks de medicijnen. Vraag uw behandelend arts om advies. Menen u en uw arts dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt.

Tips voor als u na enige tijd wilt autorijden
Rijd niet als u onscherp ziet, slaperig of duizelig bent, moeite hebt u te concentreren of wakker te blijven, of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.

Drink absoluut geen alcohol als u gaat rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit middel in sterke mate.

Rijd niet langer dan ��n uur, ook al voelt u zich goed.

Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.

alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit middel. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan dit middel, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

alles eten?
U mag alles eten.

5. Kan ik dit middel gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?
Zwangerschap
Van alle antipsychotica is er van haloperidol het meeste bekend over gebruik tijdens zwangerschap. Tot nu toe zijn geen aangeboren afwijkingen waargenomen, maar meer gegevens zijn nodig om zeker te weten dat het middel helemaal veilig is. Er kunnen wel problemen ontstaan bij gebruik in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen. Meld in ieder geval uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. U kunt dan samen met uw arts het risico voor het ongeboren kind afwegen tegen het risico van het staken van de behandeling. Bedenk namelijk dat een psychose ook schadelijk kan zijn voor het kind.

Borstvoeding
Geef liever geen borstvoeding als u dit middel gebruikt. Het komt namelijk in een kleine hoeveelheid in de moedermelk en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mochten u en uw arts toch besluiten dat u borstvoeding gaat geven dan moet een arts de baby regelmatig op bijwerkingen controleren.

6. Hoe moet ik dit middel gebruiken?
Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

Hoe lang?
Psychose
Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit middel meestal nog lange tijd moeten gebruiken om een nieuwe psychose te voorkomen. Wel zal arts de dosering in die periode meestal verlagen.
Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit middel meestal gedurende twee jaar gebruiken voor u kunt proberen te stoppen.

Heeft u al eerder een psychose gehad, dan hanteert de arts meestal een periode van vijf jaar.

Bij een psychose die duidelijk is ontstaan door een externe oorzaak, zoals een vergiftiging, hoeft u dit middel na de psychotische periode niet meer te gebruiken.

Manie
Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen adviseert de arts meestal om het gebruik van haloperidol langzaam af te bouwen. Lithium moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken.

Onrust
Haloperidol wordt meestal gedurende meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, aggressiviteit of angst, zoals dementerenden, geestelijk gehandicapten en autisten.

7. Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten?
Het is belangrijk dit middel consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:
als u dit middel ��n keer per dag gebruikt
Duurt het nog meer dan acht uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in.
Duurt het nog minder dan acht uur? Sla de vergeten dosis dan over.

als u dit middel twee keer per dag gebruikt
Duurt het nog meer dan vier uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in.
Duurt het nog minder dan vier uur? Sla de vergeten dosis dan over.

8. Kan ik zomaar met dit middel stoppen?
Nee, veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.

Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van minimaal vier weken. Als u geleidelijk afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwennigsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels.

De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas ��n tot vier dagen na plotseling stoppen op en zijn na twee weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwennings-verschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.

Ook nadat u bent gestopt kunnen soms de ‘late bewegingsstoornissen’ aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.
Bron: http://www.apotheek.nl